vrijdag 12 juni 2015

Wat kikkers ons kunnen leren



Laatst hoorde ik in de tv-serie Topdokters hoe de innemende en uiterst gedreven dokter Topal, expert in de behandeling van de meest hopeloze aller kankers, het verhaal vertelde van de twee kikkers die in een kom melk vielen. Ik maakte me de bedenking dat ik nog twee andere verhalen ken waarin kikkers de hoofdrol spelen.

Misschien ken je ze al alle drie. Belangrijk is de vraag: hoe vertaal jij deze “parabels” in je eigen leven?

De kikker in het kokend water
Zet een kikker in een pot met koud water dat je zeer langzaam aan de kook brengt en de kans is groot ( aldus de legende) dat de kikker gezellig blijft zitten tot hij levend wordt gekookt. De temperatuur stijgt zo geleidelijk dat de kikker zich van geen kwaad bewust is. Integendeel: hij vindt het warme subtropische gevoel best aangenaam.
Terwijl: als je een kikker in een pot met kokend water gooit hij er, volgens dezelfde legende, meteen zal uitspringen.

Hoe vaak zitten wij zelf niet onbewust in een situatie waarvan we de ware toedracht niet (meer) beseffen. Ik denk aan het materiële comfort waar we in het Westen zo aan gewoon geraakt zijn, dat we het als een “evidentie”, ja zelfs een verworven recht beschouwen. Terwijl wij vanuit het perspectief van amper drie of vier generaties terug, ons in een hemel op aarde bevinden. 

Ook omgekeerd laten we ons soms onbewust meesleuren in de steeds hogere verwachtingen en eisen die anderen –of wijzelf- aan onszelf stellen zodat we geleidelijk, zonder het te beseffen al onze energie opgebruiken. Met de bekende burn-out als gevolg.

Ik merk ook hoe de mobiele digitale media geruisloos onze leefwereld binnensluipen, binnenkort zelfs aan onze pols (Apple watch) en op onze neus (Google glasses). Geleidelijk bereiken we een kantelpunt waarbij wij niet meer de technologie gebruiken, maar de technologie ons gebruikt.

In dezelfde lijn is het verhaal dat Björn vertelde bij de start van onze Stiltedag in Metanoia, afgelopen woensdag. In een zoo in Canada zat een tijger jarenlang opgesloten in een enge ijzeren kooi met enkel een betonvloer. Dag in dag uit liep de tijger heen en weer in de kooi. Tot er werd beslist te investeren in een meer natuurlijke habitat, met bomen,  gras en een heuse vijver. Alleen zat de arme tijger zo vast in zijn oude patroon dat hij al na enkele weken een looppad had uitgesleten in het gras, precies op de maat van de kooi waar hij jarenlang had in verbleven.

De ontnuchterende kracht van de stilte is dat ze je confronteert met de vaste patronen in je geest. Je bent er zo mee vertrouwd dat je ze in het dagelijkse leven niet meer opmerkt. Tot de stilte je op meedogenloos wijze met de neus op de feiten duwt. Af en toe een bijzonder ongemakkelijke ervaring.

Drie kikkers aan de rand van de vijver
Dit verhaal hoorde ik ooit, jaren geleden, van een collega-spreker op een congres in Sydney, meer bepaald in Darling Harbour. (Geef toe: wie wil er niet naar een congres op een plek met zo’n romantische naam?)

Aan de rand van de vijver zaten drie kikkers. Een van de drie beslist om in het water te springen. Hoeveel kikkers zitten nu nog aan de rand van de vijver?
Wiskundige geesten zeggen: twee, want drie min een is twee.
Biologen zeggen: geen een, want de kikker is een kuddedier en die twee volgen gewoon het voorbeeld van hun ene soortgenoot.
De werkelijkheid is dat er nog altijd drie kikkers aan de rand van de vijver zitten, want de kikker heeft wel beslist om te springen, maar hij heeft zijn beslissing nooit uitgevoerd.

Herkenbaar?
Mijn lijstje met niet uitgevoerde beslissingen is al behoorlijk lang: ik ga meer tijd maken om te mediteren; ik ga meer bewegen, ik ga meer op mijn voeding letten…

De twee kikkers in de kom met melk
Dit laatste verhaaltje is zowat de samenvatting van de twee vorige. Twee kikkers vallen in een kom met melk. Aanvankelijk spartelen ze allebei zeer heftig. Tot de ene kikker zegt: dit is hopeloos, ik geef het op. Waarna hij verdrinkt. (Om de magie van het verhaal in stand te houden moet je maar even aannemen dat ook kikkers kunnen verdrinken). De andere kikker blijft naarstig verder trappelen tot, door het hevige karnen, de melk verandert in boter en hij probleemloos uit de kom kan springen.

Zo’n dag in stilte is een dag kijken naar (en vooral voelen van) het karnen van de geest. En soms denk ik ook dit is zinloos, wat zit ik hier te doen, ik voel helemaal geen vooruitgang. Tot er plots, korte momenten zijn waarop de melk even boter wordt. Maar de drukte van het leven doet de boter gauw weer smelten. Dus: blijven karnen is de boodschap.

Afspraak na de zomer om weer om de zes weken samen te karnen.  Het is een feit: het gaat gemakkelijker als je niet alleen in de kom met (zure) melk zit, als je ziet dat de persoon naast jou even hard zit te karnen
.

Niet enkel beslissen, maar vooral doen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten